Geschiedenis van Orpheus
Eerste stappen: medio 1965
Bij de opening op 12 maart 1965 werd de door de gerenommeerde architecten Bijvoet en Holt ontworpen schouwburg meteen al geroemd om haar eigen karakter, de ruime foyer en de “in de helder geraniumrode ondergedompelde” grote zaal (huidige Rabobankzaal). Deze eigenschappen zijn tijdens de recente ingrijpende aanbouw, verbouw en restauratie van januari 2003 tot september 2004 behouden. Het ‘nieuwe’ biedt fascinerende mogelijkheden voor de toekomst, maar het behoud van het goede is een ‘leidmotief van de recente reconstructie van Orpheus geweest. Als hommage aan de twee eerste bouwmeesters is één van de foyers ‘Bijvoet en Holt’ genoemd.

Moeizaam begin
Het waren overigens niet alleen loftuitingen die de concertzaal aanvankelijk over zich afriep. In de beginjaren spitste de kritiek zich met name toe op de akoestiek van de zaal. De negatieve oordelen verstomden niet en culmineerden op een gegeven moment zelfs in de weigering van het Gelders Orkest nog langer in Orpheus te concerteren.
Vanaf de opening in 1965 kende de schouwburgaccommodatie flink wat kinderziektes en startproblemen. Naast de controverse over de akoestiek leverde de zakelijke exploitatie de nodige hoofdbrekens op. De complexe bedrijfsvoering ‘verslond’ maar liefst zeven directeuren in elf jaar. De lokale en regionale cultuurminnaars hadden aan de perikelen bij het jonge Orpheus overigens geen enkele boodschap: het aantal bezoekers groeide in die jaren gestaag.
Markante persoonlijkheid: Ilja Stants
Eén naam mag in deze ultrakorte biografie van Orpheus beslist niet ontbreken: die van de heer drs. Ilja Stants (1932) die in 1977 directeur werd en dat tot 1997 zou blijven. Deze opvallende persoonlijkheid loodste de organisatie door de onstuimige beginjaren en zette podiumkunsten en het muziekleven in stad en streek op de kaart. In tegenstelling tot zijn voorgangers lukt het Stants de doorontwikkeling van de organisatie verder te brengen. En dat zou hij ruim twintig jaar doen.
Beleidsvisie op Orpheus
Stants’ visie op schouwburg Orpheus is nog altijd actueel. In zijn allereerste beleidsnota zegt hij: “Bij de doelstelling van Orpheus staat de bevolking voorop en zijn de relaties tot de kunst hiervan afgeleid. Orpheus handelt dus meer publieks- of marktgericht. Het is geen avant-garde theater, geen laboratorium of elitetheater, maar een schouwburg voor het publiek in al zijn geledingen.” Nog steeds zijn deze uitgangspunten leidend bij het beleid van het hedendaagse Orpheus en verwijzen ze naar de maatschappelijke positie die een eigentijdse theaterinstelling als Orpheus inneemt.
Gelukkig hadden de lokale en regionale cultuurminnaars aan de perikelen bij het jonge Orpheus geen boodschap: het aantal voorstellingen nam eind jaren negentig toe tot 200 en het aantal bezoekers groeide gestaag tot zo’n 100.000 in het jaar 2000. Een heus record en ‘Schouwburg Orpheus in Apeldoorn!’ werd gaandeweg een begrip in theaterminnend Nederland.
2000: de teerling wordt geworpen
Begin 2000 valt na vele jaren touwtrekken en geharrewar het besluit om een nieuwe zaal te gaan bouwen. De nieuwe accommodatie moet ruimte gaan bieden aan ongeveer 1.300 zitplaatsen en moet de ideale locatie worden voor muziekuitvoeringen en muziektheater. De hardnekkige (en zoetjesaan al vele jaren veelbesproken) problemen rondom de akoestiek moeten na realisatie van de nieuwe zaal definitief tot het verleden behoren.
De gemeente Apeldoorn gaat akkoord met de verbouwingsaanvraag. Het ambitieuze plan voorziet naast de realisatie van een hoogwaardige topaccommodatie voor muziekuitvoeringen ook in een ingrijpende renovatie van het bestaande theater- en congresgebouw, uitbreiding van vergaderaccommodaties en de aanleg van een ondergrondse parking direct naast het nieuwe gebouw die ruimte moet bieden aan ruim 450 voertuigen.
2002 – 2004 Verbouwing en renovatie Orpheus
De geschiedenis herhaalt zich: opnieuw een moeizaam begin
Met respect voor de bestaande architectuur is de internationaal vermaarde architect Herman Hertzberger verzocht een nieuwe concert- en muziektheaterzaal te creëren die aan alle discussie over de ‘Apeldoornse akoestiek’ een einde moest maken. In juli 2002 begint het bouwrijp maken van het terrein waar het nieuwe en vernieuwde Orpheus moet verrijzen. Hiervoor dienden eerst de bomen op het voormalige parkeerterrein te worden gekapt en een voormalige begraafplaats moest met alle daarbij horende piëteit gesaneerd. Ondanks de zorgvuldigheid die de directie rondom de begrijpelijke gevoeligheden hieromtrent aan de dag legde, kon niet worden voorkomen dat ruim dertig bezwaarschriften tegen het ambitieuze bouwproject naar voren worden gebracht. Pas wanneer het laatste bezwaar uiteindelijk door de Raad van State terzijde is geschoven, is de weg vrij voor de ingrijpende renovatie en uitbreiding van Orpheus.
Uitmuntende partners: architectuur en akoestiek van formaat
Architect Hertzberger heeft zijn sporen ruimschoots verdiend met de realisatie van zeer succesvolle en alom geroemde concertzalen. Zo zijn het Utrechtse Vredenburg en Theater Chassé in Breda van zijn tekentafel afkomstig. Overigens: er is een bloeiende relatie tussen de architect en Apeldoorn want naast Orpheus is ook het CODA-gebouw (Cultuur Onder Dak Apeldoorn – een multifunctionele ‘cultuurtempel’ met o.a. een museum) door Hertzberger ontworpen.

Van meet af aan was het alle betrokkenen duidelijk dat het realiseren van een boven elke discussie verheven akoestiek een van de doelstelling van de hele operatie was. Niets werd daarom aan het toeval gelaten: het internationaal vermaarde bedrijf ARTEC Consultants uit New York werd ingeschakeld. Zij zijn verantwoordelijk voor het ontwerp van de bijzondere akoestiek van de nieuwe concert- en muziektheaterzaal. De gerealiseerde voortreffelijke akoestiek maakt het mogelijk dat zowel klassieke concerten als grote cabaretvoorstellingen, opera’s, musicals en balletten in dezelfde zaal kunnen plaats vinden. Bezoekers genieten optimaal van elke voorstelling want de specifieke met elk genre corresponderende ideale geluidsomstandigheden zijn in de nieuwe zaal met behulp van hypermoderne technologie en ondersteuning te creëren.
Mijlpaal 11 september 2004:
opening Koninklijke Wegener concert- en muziektheaterzaal
Sinds de ‘eerste opening’ in maart 1965 heeft het onafgebroken gezoemd van bedrijvigheid in Orpheus. In februari 2004 echter zullen voor het eerst de deuren van het gebouw voor langere tijd worden gesloten. Cabaretier Youp van ’t Hek krijgt de eer om op 7 februari 00.00 uur de deuren voor het publiek te sluiten en ‘het licht uit te doen’.
Op 11 september 2004 gaat dan eindelijk een lang gekoesterde wens in vervulling wanneer de Koninklijke Wegener concert- en muziektheaterzaal met zijn formidabele akoestiek en weldadige atmosfeer wordt gebruikt voor de nationale première van Giuseppe Verdi’s opera Luisa Miller. Een gewaagde ouverture omdat deze opera (uitgevoerd door de Nationale Reisopera en Het Geldersch Orkest) de lakmoesproef vormt voor het spiksplinternieuwe podium. Alle eigenschappen van de nieuwe zaal worden door deze uitvoering stevig op de proef gesteld en aan het einde is duidelijk dat aan de langdurige discussie over de akoestiek in de Apeldoornse concertzaal definitief een einde is gekomen…

“Waarom denk je dat al die grote namen ineens naar Orpheus komen?”
De reacties van de landelijke pers maar ook van gezelschappen als de Nationale Opera en Het Geldersch Orkest zijn lovend:
De Telegraaf: “… tot de beste van Nederland kan worden gerekend.”
NRC Handelsblad: “… één van de betere zalen van ons land.”
Trouw: “… door de sprekende helderheid van de akoestiek valt de kleinste siddering of aarzeling direct op.” En: “… op het balkon (hoef je) akoestisch niets te kort (te) komen.”
Stentor/Apeldoornse Courant: “WAUW! Wat een zaal. Orpheus binnengaan is alsof je een cadeautje openmaakt. De akoestiek laat zich het best omschrijven als modern, bijna analytisch/wetenschappelijk. In deze zaal hoor je álles en je hoort het pérfect.”
Ook tal vertegenwoordigers van het Nederlandse muziekleven hebben inmiddels de loftrompet gestoken. Om een van de uitbundigste woordvoerders te citeren, Jaap van Zweden: “Voor topkwaliteit hoeven muziekliefhebbers niet meer naar de Randstad, die is dichter bij huis te vinden. Op alle fronten is gekozen voor kwaliteit.”
Bronnen: de periode 1965 tot eind jaren 90 is door de Stichting Bouwhuis in de publicatie ‘Orpheus, de bewogen geschiedenis van een theater’ geboekstaafd (zie: www.architectuurcentrumbouwhuis.nl), De Telegraaf, NRC Handelsblad, Trouw, Stentor/Apeldoornse Courant.